IK WIL HUREN

De toewijzingsregels

Bij de toewijzing van een woning houden we rekening met de wet. Dat is aan de ene kant de algemene regel van de rationele bezetting en aan de andere kant de toepassing van de voorrangsregels.

Wat is rationele bezetting?

Wie krijgt wanneer een woning? Dat hangt af van de grootte van de woning en de samenstelling van je gezin.
De rationele bezettingsgraad zegt hoeveel personen hoogstens in een bepaalde woning mogen wonen. We houden daarbij rekening met het aantal personen en hun fysieke toestand.

Voor de LMH gelden volgende normen:

Leefruimte voor één persoonminimaal 20 m²+ 2 m² per persoon extra
Slaapkamer ouder(s)minimaal 10 m²
Slaapkamer 1 kindminimaal 7 m²
Slaapkamer 2 kinderenminimaal 12 m²

Voorbeeld: een koppel met twee kinderen krijgt een woning met minstens een leefruimte van 26 m², één slaapkamer van 10 m² voor de ouders en één slaapkamer van 12 m² of twee slaapkamers van 7 m² voor de kinderen.

Bij je inschrijving leggen we je uit welke woningen groot genoeg zijn voor jouw gezin.

We houden ook rekening met kinderen, jonger dan 25 jaar, die niet altijd in de woning verblijven:

  • Kinderen waarvoor je een omgangsregeling hebt.
  • Kinderen die je in co-ouderschap grootbrengt.
  • Kinderen die geplaatst zijn.

Geldt deze situatie voor jou? Laat ons dat weten bij je inschrijving.

Wie krijgt voorrang?

De volgorde op de wachtlijst is de volgorde van inschrijven. Als je inschrijft, kom je op de laatste plaats terecht. De kandidaten die vóór jou staan, krijgen voor jou een woning.

Soms moeten wij voorrang geven aan kandidaten die na jou inschreven. Hoe komt dat?
Wij passen de voorrangsregels toe. Die zijn bepaald door de Vlaamse Overheid. Je vindt de voorrangsregels hieronder:

1. Personen met een beperking of senioren:

Voor sommige woningen kunnen alleen 65-plussers of mensen met een beperking inschrijven. Die woningen zijn comfortabeler gemaakt en aangepast aan mensen met een fysieke beperking of 65-plussers.

2. Mutatie:

Het gezin van een huurder van onze maatschappij wordt groter door geboorte, adoptie of pleegzorg van/voor een kind. Zijn woning is hierdoor te klein. Dan kan hij zich inschrijven voor een woning van onze maatschappij die wel voldoet aan zijn nieuwe gezinssituatie.

3. Kandidaat-huurders moeten hun sociale woning verlaten:

De kandidaat-huurder woont in een woning die aangepast is aan een persoon met een fysieke beperking of een ADL-woning en de persoon die in aanmerking kwam voor dergelijke woning, woont daar niet meer. Dan moet de kandidaat-huurder die woning verlaten.

4. Beroepsprocedure:

Wanneer wij beslissen dat een kandidaat-huurder geen toewijzing krijgt, kan hij een beroepsprocedure opstarten bij Wonen Vlaanderen, Afdeling Toezicht, Herman Teirlinckgebouw, Havenlaan 88 bus 22, 1000 Brussel.
Als de toezichthouder besluit dat onze beslissing onterecht was, of wanneer binnen de 30 dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder geen nieuwe beslissing betekend werd, krijgt die kandidaat-huurder voorrang bij een volgende toewijzing.

5. Verplichte verhuizing:

Soms moeten huurders van onze maatschappij verhuizen omdat wij hun woning gaan renoveren of afbreken.

6. Gezinshereniging:

  • Op het moment van de inschrijving wonen de familieleden van de kandidaat-huurder nog in het buitenland. Het is de bedoeling dat het gezin herenigd wordt. Hij meldt ons dat bij de inschrijving.
  • Op het moment van de inschrijving is er geen sprake van gezinshereniging. Later is er wel de intentie om een gezinshereniging aan te vragen. Dan kan de kandidaat-huurder ons dat melden. Wij passen zijn dossier aan.
  • Blijkt dat, bij een toewijzing, de gezinshereniging nog niet plaatsvond, krijgt de kandidaat-huurder die woning niet.
  • De kandidaat-huurder blijft ingeschreven én krijgt voorrang voor een volgende woning, aangepast aan zijn huidige gezinssituatie.
  • Als diezelfde kandidaat-huurder van ons een woning kreeg en later komt zijn gezin bij hem wonen (gezinshereniging), kan hij zich terug inschrijven voor een grotere woning. Dan is dat een mutatie (zie rubriek 2).

7. Ongeschiktheid:

De kandidaat-huurder woont in een woning die in zeer slechte staat is. Hij kan de woning ongeschikt laten verklaren. Hij deed hiervoor een aanvraag tot onderzoek bij de gemeente.
Volgende situaties kunnen voorrang geven:

  • De woning is niet geschikt om te wonen. De wooninspecteur stelde dit vast in een proces-verbaal .
  • De woning is onbewoonbaar of ongeschikt verklaard én je voldoet aan alle voorwaarden. (info bij de LMH)
  • De woning kreeg een conformiteitsonderzoek, had een aantal gebreken en behaalde een aantal strafpunten.
  • De woning kan slechts één keer aanleiding geven tot voorrang.
  • De kandidaat-huurder moet minstens zes maanden de woning bewoond hebben.
  • De kandidaat-huurder schreef zich binnen de twee maanden na het besluit in voor een sociale woning. Als hij al ingeschreven was, moet hij binnen de twee maanden het besluit meedelen aan de LMH.

De voorrang vervalt als het besluit wordt opgeheven, of als de kandidaat-huurder verhuist, tenzij de kandidaat-huurder in een noodwoning woont.

De voorrang telt niet als de kandidaat-huurder zelf verantwoordelijk is voor de gebreken.

8. Een minderjarige kandidaat-huurder die ontvoogd is.

9. Gemeente:

De kandidaat-huurder woonde tijdens de laatste zes jaar voor de toewijzing, drie jaar in Lier of Koningshooikt en schreef zich in voor woningen in Lier en Koningshooikt.
De kandidaat-huurder woonde tijdens de laatste zes jaar voor de toewijzing, drie jaar in Ranst en schreef zich in voor woningen in Ranst.

10. Lokaal toewijzingsreglement:

Sinds 2014 heeft de stad Lier een lokaal toewijzingsreglement voor bijzondere doelgroepen en senioren.

11. Garages

Bij toewijzing geven wij de voorkeur aan zittende huurders van de wijk waar de garage gelegen is. Wij passen de chronologische volgorde van de aanvragen toe.

Uitzonderingen:
Soms kan de LMH afwijken van de toewijzingsregels. Dat kan alleen bij zeer ernstige sociale omstandigheden. Daarvoor is een sociaal verslag van het OCMW, CAW of andere sociale organisaties nodig. De huisvestingsmaatschappij kan in dat geval begeleidende maatregelen vragen.

Skip to content